Foto's 1 en 2: de constructie van de kerk
Foto 3: de kerk in augustus 2025, voor de ingebruikname van de kapel
DE GESCHIEDENIS en de BOUW VAN DE XAVERIUSKERK
Collegelaan, Xaveriusstraat en sinds 2022 ook het
Ignatiusplantsoen… het zijn alvast drie benamingen die verwijzen naar het
Xaverius-college (met koppelteken, zoals op de voorgevel aan de Collegelaan te
zien is). De ontstaansgeschiedenis van het college en de gelijknamige
parochiekerk voert ons helemaal terug naar het interbellum.
In de tweede helft van de jaren twintig van de vorige eeuw
kende de regio Antwerpen een duidelijke bevolkingsexpansie. Meteen liet de
behoefte aan degelijk onderwijs zich voelen. De paters jezuïeten waren in
Antwerpen-stad enkel vertegenwoordigd door het O.L.Vrouwecollege (‘den
Boulvard’) en St.-Ignatius (huidige UA).
Het oudste spoor in de richting van een eventueel nieuwe
jezuïeteninplanting is terug te vinden in 1924 waar de opportuniteit van een
nieuw jezuïetencollege wordt geuit. Dit leidt tot een gesprek tussen pater
Dyckmans en de provinciegriffier waarbij deze laatste wijst op terreinen die
zullen vrijkomen langs de oude wallen (huidige Ring). Er wordt op dat moment
gedacht aan Berchem of Wilrijk. Dan blijft het een hele tijd stil.
Het is pas in december 1929 dat de Borghouts schepen van
Onderwijs, de heer Fryters, de jezuïeten benadert met de vraag om een Vlaams
college te stichten in zijn gemeente. Die telt wel zo’n 6.000 schoolgaande
kinderen, maar heeft geen enkele school voor middelbaar onderwijs.
Op 15 september 1935 gaan de deuren van het Xaveriuscollege
voor het eerst open, al is dat dan nog op de Stenenbrug, nrs. 112 en 114. Pas
op 5 maart 1937, Aswoensdag, gaat de eerste spade de grond in op de huidige
locatie. In september van dat jaar begon het schooljaar voor het eerst op de
Villalaan (huidige Collegelaan) in één afgewerkte vleugel (de middenvleugel)
waar naast 11 klassen ook een voorlopige kapel, een speelzaal en enkele kamers
voor de paters werden ingericht. Het korps telt op dat moment acht
jezuïetenpaters en zeven lekenleraren. Pater De Vroe, leraar van de zesde
Latijnse, getuigt: “De nodige klassen waren al wel beschikbaar, maar er
waren onvoldoende kamers voor de paters, de directie een bibliotheek… De
voorlopige kapel was te klein en gedurende het schooljaar liet de behoefte aan
verdere uitbreiding zich snel gevoelen. Ook financieel was het leven niet
eenvoudig. Het internaat mocht uitgebreid worden, want het was zowat de enige
bron van inkomsten. In die tijd werden de leraren niet door de staat vergoed en
moest hun loon komen van gezinsbijdragen. Het collegeleven, dat vooral op het
werk van de paters steunde, werd maar weinig gestoord door de aan de gang
zijnde bouwwerken.”
Op zaterdag 22 februari 1941 wordt de nieuwe kapel aan de
Kerkendijk ceremonieel ingehuldigd. In z’n dagboek schrijft de toenmalige pater
Prefect A. Torfs daarover: Plechtige inzegening van de nieuwe kapel: ca. 400
man. ’t Was eene pakkende ceremonie.
Donderdag 22 mei 1941: O.H. Hemelvaart: Plechtige Communie
en H. Vormsel inde kapel. 240 familieleden + 59 communicanten + meer dan 100
studenten. Monseigneur houdt zijn preek tot 10 ½ uren, daarna werd het vormsel
toegediend. Dhr. Ooms is peter.
In 1964 ontpopt pater rector De Cooman zich als een rasechte
bouwheer. Eerst komen er twee prefabklassen voor de lagere school, vervolgens
volgen er grootse plannen van de kerkbouw. De graafwerken beginnen in april
1964 en het geheel ontstond o.l.v. architect P. Felix. De kerk die langs de
Collegelaan werd opgericht kwam op de eerste plaats de school ten goede, maar
zou ook ingeschakeld worden in het parochiale leven. In de steeds volkrijkere
buurt moest zij de te klein geworden H. Hartkerk van de Te Boelaerlei enigszins
ontlasten.
Daarenboven werd door de wettelijke schikkingen het medisch
schooltoezicht verplicht gemaakt. Eén van die bepalingen was dat het
geneeskundig onderzoek alleen plaats mocht hebben in erkende centra. Het bisdom
Antwerpen oordeelde dat het nuttig was over het hele bisdom het nodige aantal
centra op te richten ten dienste van de instellingen van het vrij onderwijs. In
die plannen werd ook het college betrokken en zo werd beslist dat de lokalen
van de vroegere grote kapel ingericht zouden worden als een medisch centrum,
het toenmalige P.M.S.
In de Xaveriuskerk werd op 25 mei 1965 voor het eerst
eucharistie gevierd en werden op 27 mei de deuren opengesteld voor het publiek.
In de kerk werden de grondkenmerken van de moderne architectuur gemanifesteerd:
nuchterheid en soberheid in het spel van de architectonische volumes waarin
zich de zin voor het wezenlijke openbaarde; bewust functionalisme onmiddellijk
afgestemd op het doel en de noodwendigheden van de liturgie; eerbied voor het
gebruikte materiaal – hout, steen, gewapend beton en glas – dat in zijn direct
aansprekende materialiteit werd aangewend zonder opsmuk of verdoezeling. Om
haar verbinding met het al bestaande college te verzekeren, schoof architect
Felix tussen beide een viertal woonkamers in waarbij hij de sacristie van de
nieuwe kerk onmiddellijk deed aansluiten. Ook werd ondertussen de onderbouw van
de kerk afgewerkt waar men over een nieuwe refter kon beschikken.
Op 12 maart 1965 werd de nieuwe kerk geconsacreerd door
Monseigneur Daem. Op diezelfde dag werd de wijk rondom de Collegelaan erkend
als zelfstandige kapelanie, waarvoor de Xaveriuskerk de normale plaats werd,
ook voor het toedienen van het doopsel, het inzegenen van huwelijken,
enzovoort. De TV-mis van Allerheiligen van dat jaar werd vanuit de collegekerk
uitgezonden. “Het college” was zo uitgegroeid tot een vrij complex geheel van
paters-communiteit, schoolgemeenschap, PMS-centrum en parochiegemeenschap.
Anno 2023 behoort, naast het toenmalige PMS-centrum ook de
paters-communiteit tot het verleden. In 2013 verlieten de zeven overgebleven
paters de school na meer dan 75 jaar. Stuk voor stuk waren ze meer dan tachtig.
De vrijgekomen vleugel aan de Collegelaan werd omgebouwd tot een grote refter
en studiezaal op de eerste verdieping en een elftal nieuwe klaslokalen op de
tweede en derde verdieping. De paters zijn dan misschien wel verdwenen, het
jezuïetencollege blijft ook na meer dan 88 jaar zijn rol op onderwijsgebied vervullen
in een blijvend ‘ad majorem Dei gloriam’.